Mijn tuin is mijn sportschool, mijn rusthuis én mijn therapie.
Onkruid is ook maar een plant die op de verkeerde plek staat.
Ik heb geen groene vingers, ik heb groene handen.
Een tuinier heeft nooit genoeg planten, potten of tijd.
Mijn tuin is nooit af. Gelukkig maar.
Wie zegt dat geld niet aan bomen groeit, heeft nog nooit een kwekerij bezocht.
Ik werk niet in de tuin; ik geniet met een schop in mijn hand.
De beste gesprekken beginnen vaak bij een kop koffie tussen de planten.
Tuinieren: zaaien, wieden, oogsten en ondertussen vergeten hoe laat het is.